Barbour – Britse evergreen voor King en country
Een waxcoat voor het leven, dat is de missie van het oer-Britse familiebedrijf Barbour. Zowel King Charles als stijlicoon Kate Middleton dragen er een. Het merk is nu hipper dan ooit, dankzij de revival van de Schotse ruit én de groeiende aandacht voor duurzaamheid.
Van Schotland naar South Shields
De bakermat van Barbour ligt in South Shields, een kustplaats in het Engelse graafschap Tyne and Wear, waar de rivier Tyne uitmondt in de Noordzee. John Barbour vestigde er zich in 1894. Hij verliet zijn geboortestreek in het Schotse Galloway omdat er te weinig werkgelegenheid was, in tegenstelling tot het Noord-Oosten van Engeland, een streek die arbeiders van over heel Engeland en erbuiten aantrok.
De werklieden die weer en wind moesten trotseren, hadden waterdichte kleren nodig. De ondernemende John Barbour zag het spreekwoordelijke gat in de markt en startte met de productie van robuuste werkkledij van gewaxt katoen. Hij opende zijn eerste winkel in 1894, op het marktplein van South Shields.



1917: internationale doorbraak
Waxkatoen is eigenlijk ontstaan in vissersmiddens. De visserskleren werden in die tijd waterdicht gemaakt met visolie, wat wel doeltreffend, maar niet bepaald welriekend was. John Barbour maakte daarentegen gebruik van olie op basis van petroleum, wat zijn werkkleren gewild maakte. Rond 1908 kwamen John’s zonen Malcolm en Jack in het bedrijf. Malcolm was een man met een neus voor zaken. Hij maakte een catalogus die hij met de post naar potentiële klanten verstuurde, zowel in Engeland als in buitenland. Deze aanpak legde hem geen windeieren: tegen 1917 haalde hij al driekwart van zijn omzet via catalogusverkoop binnen, in de UK, maar ook in Chili, Zuid-Afrika en Hong Kong. Kwaliteit én service lopen als een rode draad doorheen de hele geschiedenis van Barbour. In 1921 vermeldde de catalogus voor het eerst een rewax- en herstelservice. Het is een service die Barbour nog altijd hoog in het vaandel draagt. Het bedrijf heeft in zijn ateliers in South Shields een goed draaiende rewax- en repair-afdeling waar jaarlijks zo’n 60.000 jassen hersteld of opnieuw gewaxt worden zodat ze nog jarenlang kunnen meegaan. Sommige jassen zijn tientallen jaren oud en worden volledig uit elkaar gehaald om er een nieuwe voering in te stoppen, scheuren te herstellen en kapotte zakken te vervangen. Vaak worden die oude jassen hersteld om emotionele redenen, zoals een kleinzoon die opa’s jas laat herstellen om zelf te dragen.
Sinds kort is de repair-afdeling uitgebreid met een “Quilts for Life” service die nu gewatteerde jassen herstelt en onderhoudt.


Motards en mariniers
In 1928 is met Duncan Barbour – zoon van Malcolm – de derde generatie aan zet. Als echte motorfreak lanceerde Duncan 1936 een lijn motorkleding, met instant succes. Tussen 1936 en 1977 werd het Britse internationale motorteam gekleed door Barbour. In 1939 werd Duncan onder de wapens geroepen en namen zijn vader Malcolm en Duncan’s vrouw, Nancy, de leiding van het bedrijf weer over. In de oorlogsjaren ontwikkelde Barbour, op vraag van de Britse marine, pakken voor de bemanning van de Britse duikboten.
In de jaren zestig, met de opkomst van nylon en polyester, stortte de markt van werkkledij in gewaxt katoen ineen. Alleen de afdeling motorkledij van Barbour draaide nog goed, maar ook daar kreeg het bedrijf steeds meer concurrentie. Barbour is zich toen beginnen positioneren als dé fabrikant van kledij voor country sports en country living. Sindsdien is het merk onlosmakelijk verbonden met de Britse countryside. Naast winterjassen kwamen er ook lichtere zomerjassen, zoals de Durham, een model dat nog altijd gemaakt wordt.


Bedale en Beaufort: made in UK
De Bedale en de Beaufort, de iconische wax-jassen van Barbour, worden nog altijd in het eigen atelier in South Shields gemaakt. Jaarlijks verlaten zowat 120.000 jassen het atelier. Elke jas wordt gemaakt door 36 mensen en neemt ongeveer 65 minuten in beslag. Het Bedale-model wordt gemaakt uit maar liefst 160 onderdelen. Het is precisiewerk. Aan het einde van de rit, passeren alle jassen de kwaliteitscontrole. De Bedale werd in 1980 ontworpen door Dame Margaret Barbour, de weduwe van John Malcolm Barbour. Drie jaar later volgde de Beaufort, nog zo’n bestseller die aanvankelijk bedoeld was als jagersjas maar meteen de status verwierf van oerdegelijke jas voor weer en wind, met een zekere country-chic uitstraling. Alle details hebben een functie: de zakken met moleskin voering houden je handen lekker warm, de grote “wildzak” op de rug was oorspronkelijk bedoeld om een geschoten fazant of haas in op te bergen, maar je kan er ook je krant of andere spullen in kwijt.

Functioneel en tijdloos
Tijdloos is een understatement bij Barbour. In de archieven van het familiebedrijf vind je jassen van meer dan 100 jaar oud die er nog verrassend actueel uitzien door hun functionaliteit en hun eenvoud. Zoals de Findlay, een cape uit 1910, gemaakt van robuust katoen uit Nieuw Zeeland en behandeld met olie. De cape was bedoeld voor bierhandelaars die aan huis leverden met paard en kar. Met de twee openingen voor de armen konden ze de teugels vasthouden terwijl ze voor de rest toch helemaal beschermd bleven bij regenweer. Heel anders is de Haydon-jas uit 1911, een lange mantel met een dubbele sluiting. De jas was 100 jaar binnen de Macpherson-Fletcher familie gebleven en werd uiteindelijk geschonken aan Barbour. Het is een eenvoudig model met herkenbare details zoals de kraag van katoenfluweel, de beschermingsflap voor de hals zodat je geen sjaal hoeft te dragen en de grote zakken waar je van alles in kwijt kon, elementen die je nu nog in de huidige modellen terugvindt.
Barbour is al die jaren trouw gebleven aan zijn DNA en vaart zijn eigen, rechtlijnige koers. Veel heeft te maken met het feit dat dit nog altijd een onafhankelijk familiebedrijf is. Het wordt nu geleid door Dame Margaret Barbour en haar dochter Helen. De authentieke stijl van het merk wordt wereldwijd gewaardeerd: Barbour wordt in maar liefst 55 landen verkocht.


Exclusieve tartan uit Ayrshire
Typisch voor de Barbourjassen is de voering met Schotse ruiten. John Barbour wou hiermee zijn roots eren. Tegelijk had deze voering ook een praktisch voordeel: op een geruite stof zag je minder snel het vuil dan op een effen stof. Voor de tartanstoffen werkt Barbour samen met Kinloch Anderson, dé tartanspecialist bij uitstek en producent van de traditionele Schotse kilts. De gepatenteerde ruit van Barbour is afkomstig uit Ayrshire, de roots van de familie Barbour die teruggaan tot de 13de eeuw. Voor de campagnebeelden van de huidige wintercollectie trok Barbour naar het prachtige, ongeschonden landschap van Ayrshire.
Eén van de modellen van de campagne is de Londense kunsthistorica Edie Campbell, topmodel en muze van grote ontwerpers en fotografen en tegelijk ook een begenadigde amazone. Andere modellen zijn Saffron Hocking, bekend van haar rol in de Netflix serie Top Boy, topmodel Kit Butler en acteur Charlie Row.
De beelden stralen de sfeer van de collectie uit: ongekunsteld en authentiek, met de countryside als inspiratiebron, maar dan wel vertaald op een eigentijdse manier.



Paul Smith voor Barbour
Barbour mag dan wel beschouwd worden als een tijdloos merk, toch slaat het vaak een brug naar high fashion. Zo brengt het geregeld capsulecollecties uit in samenwerking met topontwerpers. Zoals Chloé en Kitsune. Dit seizoen ging Barbour een samenwerking aan met de Britse modekoning Paul Smith.
Zijn collectie “Paul Smith loves Barbour” omvat 23 stuks, van interpretaties van de Bedale jas tot kleurrijke pins in alle mogelijke vormen waarmee de fluwelen kragen van de jassen kunnen gepimpt worden.
Details in de typische veelkleurige strepen – het handelsmerk van Paul Smith – lopen als een rode draad door de collectie. Leuk ook zijn de koeienprints die opduiken op T-shirts en op de tartan voeringen van de jassen.
Truien in gespikkelde wol, fancy regenlaarzen en waterdichte bucket hoedjes maken deze collectie volledig winterproof.




